Bio.

Joke Laureyns en Kwint Manshoven (Kabinet K.) zijn beide choreograaf, met een achtergrond in respectievelijk filosofie (Joke) en vormgeving (Kwint).

Met Kabinet K. focussen ze zich op dansvoorstellingen met zowel professionele dansers als kinderen op scène. Hun dans vertrekt van concrete dagelijkse handelingen en kleine gebaren doorweven met spelelementen. Dat de cast ook uit kinderen bestaat, maakt hun dans toegankelijk voor jong en oud. Elk van hun creaties groeit letterlijk uit de stappen die de jonge dansers zetten. Net omdat het organische en intuïtieve zulk een belangrijk aspect vormen in hun danstaal, werken beide choreografen graag met kinderen of oudere lichamen, die niet (of minder) door bepaalde gedragspatronen of een danstechniek getekend zijn.

Beide makers willen de dans op een volwassen manier behandelen en het kind 'kind' laten zijn. Wars van iedere vorm van betutteling: intelligentie is kinderen niet vreemd en dans is een kunstvorm die kinderen en jongeren op een intuïtieve manier kan aanspreken. Ze maken creaties waarin inhoud primeert op de esthetiek. De danstaal ontwikkelt zich rond een centrale gedachte die zich in de beweging, in de scenografie, in de cast, in het ritme van de voorstelling,... vertaalt naar het jonge publiek. Communicatie is primair, evenals vraagstelling en uitdaging.

Onder de vleugels van enkele grotere jeugdtheaterhuizen werden sinds 2002 een reeks voorstellingen gecreeërd die niet onopgemerkt bleven in het 'jeugddanslandschap': Dromen hebben veters (Fabuleus) belandde meteen op de nominatielijst van de 1000 Watt Prijs 2003.
Met Shelter (Kopergietery) creëren ze opnieuw vanuit het thema een taal die vormelijk uitgepuurd is en inhoudelijk zwanger van betekenis en emotionele connotaties. Ook voor Kopergietery maken Kwint en Joke elk afzonderlijk een solo voor een jong kind: Martha, Marthe. In de presentatie van beide solo's wordt voor het eerst ook leesbaar wat de specifieke kracht van beide makers afzonderlijk is.

Ook de kracht van de ontmoeting is een bron van beweging en betekenis. Voor Questo Ricordo (CC Hasselt) gaat het duo aan de slag met zeven kinderen, drie professionele dansers (waaronder Manshoven zelf) en een oudere man. Die ontmoetingen tussen jonge en oudere lichamen, tussen nog ontluikende, professioneel gevormde en brozere lichamen maakte de creatie tot een innemend portret van ritmes en timbres, in beweging, scenografie en klankdecor.
Met Einzelgänger (-) en recentelijk Unfold bouwt Kabinet K steeds verder aan een oeuvre van volwaardige voorstellingen voor een jong publiek.

De motivatie om met kinderen op scène te werken, is tweeledig: de combinatie van de getrainde danser versus het a-technische kind is een constante in het werk en is bepalend voor de eigenheid van de creatie, bovendien werkt een kind in de cast vaak als intermediair tussen het jonge publiek en de voorstelling. Het maakt de voorstelling voor de kinderen toegankelijker: de aanwezigheid van een kind op scène toont dat het ook over hun leefwereld gaat, het ontsluit de dans op een specifieke manier. Het publiek ziet ook de transmissie van de choreografie: de 'volwassen' dans wordt ter plekke geherinterpreteerd door het jonge lichaam. Daardoor legt iedere voorstelling van Kabinet K bloot wat Elke van Campenhout ooit als volgt beschreef (n.a.v. Dromen hebben veters):
"De dansers zijn vertrokken vanuit hun eigen bewegingsmateriaal, vanuit de bewegingen van het spel, om vervolgens te komen tot eenvoudig gecomponeerde frases of improvisaties. De dans kan hierom ook nauwelijks dans heten, of toch niet in de betekenis die hier nog al te vaak aan wordt gehecht. Het materiaal vertrekt vanuit alledaagse situaties. Het opheffen van een arm, een eenvoudige aanraking. Alles wat de dansers doen is onnadrukkelijk, onberedeneerd. De makers houden zich ver van elke vorm van manipulatie. Hiermee sluiten zij zich aan bij een denkrichting binnen de hedendaagse dans die zich ver houdt van technische hoogstandjes, maar terecht vragen stelt naar het begin- en eindpunt van dans als discipline, naar het nulpunt van de beweging, naar de authenticiteit van de uitvoerder. Die binnen een artistiek uitgeklaarde visie, dwingt tot nadenken over de grens tussen alledaagse beweging en dans, tussen uiterlijke en innerlijke noodzaak."